CKenG stelt vragen over twee straten met de naam Tulpenveld

Op woensdag 15 februari 2017 publiceerde het gemeentebestuur in het Nieuwsblad voor Castricum onder de noemer ‘Officiële mededelingen gemeente Castricum’ bij het onderwerp ‘Vaststelling straatnaam Castricum’ het volgende besluit:

B&W maken bekend dat zij, krachtens het delegatiebesluit van 3 december 2009, in hun vergadering van 31 januari 2017 de straatnaam Tulpenveld in Limmen hebben vastgesteld.

Inwoners, en met name degene die al aan het Tulpenveld wonen, hebben geprobeerd over dit besluit met het college in gesprek te komen. Omdat die pogingen op niets zijn uitgelopen, stelt de fractie van CKenG nu de volgende schriftelijke vragen:

  1. Wat is voor het college de grondslag om in de kern Limmen een dezelfde straatnaam Tulpenveld te benoemen, terwijl in Castricum deze straatnaam reeds jaren bestaat?
  2. Tijdens de fusie van Castricum, Akersloot en Limmen hebben de voormalige drie gemeenteraden besloten tot een waarborg voor het behoud van de identiteit van de vijf kernen. Bent u het met onze fractie eens dat het benoemen van dezelfde straatnaam hieraan afbreuk doet?
  3. Kan het college aangeven wat het maatschappelijk nut en noodzaak is om nogmaals een dezelfde straatnaam te benoemen binnen de gemeentegrenzen?
  4. Waarom heeft u niet gekozen voor een ‘Tulpenlaan’ of ‘Tulpenplantsoen’?
  5. Deelt het college onze zorgen dat dezelfde straatnaam binnen dezelfde gemeente verwarring kan veroorzaken bij bezoekers, (pakket-)bezorgers en hulpdiensten?
  6. Waarom publiceert het college niet vooraf dat zij voornemens is om straatnamen te benoemen?
  7. Via welke procedure kunnen inwoners beroep en bezwaar aantekenen tegen het benoemen van een straatnaam?

Blijkens de geldende jurisprudentie (o.a. uitspraak rechtbank Arnhem van 03-07-2008, LJN nummer BD 8742) brengt een gedoogplicht van naamsborden als opgenomen in artikel 5 mee dat een raadsbesluit tot straatnaamgeving rechtsgevolg heeft en daarmee een publieksrechtelijke rechtshandeling is en dat er sprake is van besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de AwB.

  1. Is het college het met ons eens dat wanneer er sprake is van besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de AwB deze altijd open zou moeten staan voor beroep en bezwaar? Zo nee, waarom niet?

Het college heeft 30 dagen de tijd om de vragen te beantwoorden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *