CKenG vraagt aandacht voor speelplaatsen die dreigen te verdwijnen

Dat er in wijken waar minder kinderen dan ouderen wonen efficiënter met speelplaatsen kan worden omgegaan, begrijpen wij bij CKenG. Maar dat speelplaatsen worden weggehaald uit wijken, waar naast veel ‘grijs’ ook steeds meer jongere inwoners met kinderen komen, kan er bij ons niet in. We hebben signalen gekregen van inwoners die dit ook niet begrijpen. Zo ook uit de wijk Kooiweg – Noord. En deze wijk is niet de enige die problemen heeft met de aanpassing van het speelplaatsen beleid van de gemeente.

Wat gebeurt er nu in de wijk Kooiweg-Noord?

Kort samengevat: de ongeveer 300 huishoudens van het Narcissenveld, Irissenveld, Gladiolenveld, Anemoneveld en Tulpenveld hebben een brief van de gemeente gekregen met daarin informatie over de herinrichting van de speelplekken in hun wijk. In de brief van de gemeente stond de mededeling dat er van de 7 speelplekken, op korte termijn, maar liefst 4 (= 57%) moeten verdwijnen! In deze buurt moet dus meer dan de helft weg. Terwijl de gemeenteraad* eerder heeft besloten dat op een termijn van 20 jaar een kwart (= 25%) van de speelplekken in onze gemeente moeten verdwijnen! Dat is nogal een verschil.

Verrassend is ook dat uit de brief blijkt dat de gemeente, om deze exercitie uit te voeren, een extern bureau heeft ingehuurd. Dat kost uiteraard gemeenschapsgeld. We hebben even nagevraagd wat het bureau in rekening brengt voor haar werk. Dat is maar liefst 9.500 euro. Daar hadden minimaal drie speelplaatsen van kunnen blijven. De ambtelijke organisatie heeft de bewoners opgeroepen om samen na te denken over de resterende 3 speelplekken. Met andere woorden: over het weghalen van 4 speelplaatsen beslist de gemeente zelf, maar over de 3 resterende mogen de inwoners ‘meedenken’. Dat inwoners
zich voor de gek gehouden voelen en niet zo graag meer meepraten, verbaast niemand. Behalve dan de gemeente.

Speelplaatsen

Deze tekst staat in de nota*: ‘Samen met de burgers van Castricum, in de vorm van uitgebreide burgerparticipatie of zelfs co-productie willen wij de openbare ruimte en dus het speelbeleid opnieuw vorm geven bij herinrichtingen en ook willen we de burgers actief betrekken bij het onderhoud en beheer.’

Gemiste kans voor burgerparticipatie

Het is bedenkelijk dat er eerst een duur bureau ingehuurd wordt. Dat bureau confronteert de bewoners van de wijk met het voldongen feit dat 4 speelplekken gaan verdwijnen. En dan is men verbaasd dat slechts een handjevol bewoners hebben gereageerd om mee te doen. Meepraten wordt zo meer een actie: ‘redden wat er te redden valt’ om de overige 3 speelplekken in te vullen.

Wat ook opvalt is dat verantwoordelijk wethouder Schijf (GDB) het helemaal laat afweten. Tijdens het buurtoverleg – s’avonds na zijn werktijd – laat hij een ‘moeilijk’ gesprek liever over aan de medewerkers van de gemeente en bureau Speelplan.

Jammer, wat een gemiste kansen. En de kinderen zijn de dupe!

Waarom niet de buurt oproepen met open vizier? De buurt is mans genoeg om zelf aan te geven hoe om te gaan om hun 7 speelplekken. En deze in te vullen met het beschikbare gemeentelijke budget voor Kooiweg-Noord. De inwoners kunnen zelf ook rekenen en als het een onsje minder moet dan begrijpen ze dat.

Maar begin er mee om geen duur bureau in te huren, dan was er meer geld overgebleven voor extra speelvoorzieningen voor de jeugd. En waren er meer speelplekken gehandhaafd dan nu is bepaald door het college van Burgemeester en Wethouders.

Tot slot nog een tip van een buurtbewoner (naam bij CKenG bekend): ‘Mogelijk kan bureau Berenschot wethouder Schijf adviseren hoe om te gaan met de maatschappelijke agenda ‘Pionieren in Participatieland’.

*Bron: Het speelruimtebeleidsplan 2015-2025, vastgesteld door de raad op 3 september 2015.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *