Vluchtelingen in Castricum: de visie van CKenG

Het nieuws wordt al maanden beheerst door de grote stroom vluchtelingen die naar Europa komt. De EU-landen kunnen het onderling maar niet eens worden over een plan van aanpak. Ondertussen vinden er op straat en tijdens informatieavonden verhitte discussies plaats tussen bevolkingsgroepen over de vraag hoe het nu verder moet. De problematiek bereikt ook Castricum. Als grootste lokale partij heeft CKenG in een visie verwoord hoe wij tegen dit complexe vraagstuk aankijken. Een visie die enerzijds recht doet aan de nood bij groepen mensen die echt hulp nodig hebben en anderzijds rekening houdt met de mogelijkheden en beperkingen in onze gemeente.

Ieder zijn eigen verantwoordelijkheden

Opvallend is dat veel landen, regeringsleiders en overheidsinstellingen het probleem doorschuiven naar anderen. Servië naar Kroatië, Hongarije naar Slovenië, Slovenië naar Oostenrijk, Turkije naar de EU, Brussel naar Den Haag, de Regering naar de Provincie en de Provincie naar Castricum. Alsof het gaat om een doorgeefstokje tijdens een estafetterace. Onze fractie vindt dat ieder onderweg zijn eigen verantwoordelijkheden moet nemen. Alleen dan lukt het om het vluchtelingenvraagstuk bij de kop aan te pakken in plaats van bij de staart. Dus:

  • een internationale aanpak van de brandhaarden in de wereld die de oorzaak zijn van massa migratie;
  • kwalitatief hoogwaardige opvang in de regio, zodat vluchtelingen ter plaatse een humanitair bestaan hebben en weer terug kunnen zodra het in hun land veilig is;
  • het aanpakken van mensensmokkelaars;
  • betere bewaking van de Europese buitengrenzen;
  • door goede registratie de stroom economische vluchtelingen scheiden van de stroom oorlogsvluchtelingen;
  • economische vluchtelingen terugsturen naar het land van herkomst, zodat zij niet de opvangplaatsen blokkeren voor mensen die echt hulp nodig hebben;
  • de primaire voorzieningen (bed, bad, brood en zorg) in alle EU-landen gelijk trekken, zodat vluchtelingen niet hoeven te migreren als ze eenmaal veilig zijn;
  • de migratie uit economische motieven door inwoners van veilige Europese landen zelf (Albanië, Kosovo, Macedonië en andere Balkanlanden) tegengaan;
  • een adequaat uitzettingsbeleid voor uitgeprocedeerde asielzoekers;
  • een menswaardige opvang van de vluchtelingen die na het doorvoeren van deze aanpak in Nederland aankomen, dus geen gesleep van sporthal naar sporthal;
  • snelle terugkeer van mensen die niet mogen blijven, snelle integratie van mensen die wel mogen blijven.

Een gedegen benadering van de hele ‘keten’ zal de druk weghalen bij de Asielzoeker Centra (AZC’s) in Nederland. Er zullen dan minder noodoplossingen nodig zijn en de verantwoordelijke instanties kunnen hun aandacht richten op het opnemen van vluchtelingen die mogen blijven (de zogenaamde statushouders) in de Nederlandse samenleving. Denk daarbij aan huisvesting, onderwijs voor kinderen, het leren van de taal en het vinden van werk.

Concentreren op statushouders

CKenG vindt dat het stokje niet moet worden doorgegeven, maar juist moet worden teruggegeven. Alle instanties in de keten moeten hun taken naar behoren uitvoeren, voordat het probleem op het bordje van Castricum wordt gelegd. In onze visie past dan ook geen ‘overloopvat’ voor volle AZC’s in de vorm van plaatselijke noodopvang in sporthal, tenten of anderszins. Daar komt nog bij dat onze gemeente niet beschikt over gebouwen waar vele honderden vluchtelingen tegelijk kunnen worden opgevangen. In het plan voor kleinschalige opvang ziet het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) zelf niets. Logistieke zaken als voedsel, schoonmaak, zorg, toezicht en veiligheid vragen immers ook bij kleinschalige opvang alle aandacht, bemanning en bekostiging.

CKenG deelt die mening en wij zullen initiatieven voor noodopvang daarom niet steunen. Onze fractie vindt juist dat Castricum zich moet concentreren op het versneld laten integreren van statushouders. Een warme ontvangst voor de mensen die daar op basis van objectieve criteria voor in aanmerking komen. Naast degene die wij dit jaar al in de gemeente hebben opgenomen dienen wij er nog 20 te huisvesten, en in 2016 komen daar nog 87 bij (bron: Ministerie van Veiligheid & Justitie, COA en CBS). Gemeentelijke diensten, vrijwilligers, het onderwijs, betrokken ondernemers en verenigingen zouden wat ons betreft juist alle inspanningen ten goede moeten laten komen aan deze groep.

Draagvlak onder inwoners

Mogelijk kan Castricum een grotere bijdrage leveren dan ons door de regering wordt gevraagd. Dat is sterk afhankelijk van het profiel van de vluchtelingen. Het huisvesten van 87 alleenstaande mannen vraagt immers om een ander type woningen dan het huisvesten van 20 gezinnen die bestaan uit man, vrouw en 2 kinderen. Bovendien brengt opname van deze mensen in de samenleving praktische consequenties met zich mee: de woningen die worden toegewezen aan statushouders zijn niet langer beschikbaar voor Castricumse woningzoekenden, patiënten moeten langer wachten in de wachtkamer als het aantal huisartsen gelijk blijft, in schoolklassen is extra aandacht nodig voor kinderen die geen Nederlands spreken en het opnemen van vluchtelingen heeft financiële gevolgen voor de gemeentelijke begroting, om er maar een paar te noemen.

CKenG vindt dat onze inwoners daarom mee moeten kunnen praten wanneer er plannen ontstaan voor een grotere inspanning dan onze wettelijke taak. In dat geval zullen wij het College van B&W vragen om duidelijke profielschetsen, het in kaart brengen van praktische consequenties en het aanleveren van een financiële paragraaf. Verder kan er in onze visie geen besluit worden genomen zonder het raadplegen van onze inwoners. En dan bedoelen wij geen verhitte informatieavond waarop wordt medegedeeld wat toch al is besloten, maar gedegen inspraak en een officiële peiling van de meningen.

Samenvattend stelt onze fractie zich dus op het standpunt dat wij op een goede manier moeten doen wat onze wettelijke taak is, dat Castricum zich gastvrij en behulpzaam moet opstellen voor de statushouders die ons worden toegewezen, dat onderzocht zou kunnen worden of wij in 2016 voor deze groep meer zouden kunnen doen dan onze wettelijke taak vraagt, en dat onze gemeente geen rol dient te spelen in andere taken dan de zojuist genoemde. Wij zullen deze lijn in de raadsdebatten over dit onderwerp consequent volgen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *